Basisprincipes verdedigen; hoe doe je dat?

Situatie: 1 vs 1. Je directe tegenstander heeft de bal. Wat doe je?

  1. Je staat tussen de tegenstander en ons doel in;
    • Dus als ze je heeft uitgespeeld dan sprint je er eerst weer tussen.
  2. Je staat laag, een beetje door je knieën gebogen en op je voorvoeten;
    • Denk aan een overtuigende uitstraling, ze gaat je niet voorbij!
  3. Je blokt haar forehand met je lichaam (dus niet met je stick);
    • Als ze gaat schieten dan ga je echt laag zitten, 1 knie naar de grond.
  4. Je blokkeert een eventueel schot van haar backhand af met je stick;
    • Dit is een veel minder gevaarlijk schot, die pak je wel met je stick of de keeper pakt hem.
  5. Je houding is zodanig dat je haar naar haar backhand dwingt en naar de boarding drukt
    • Het blokken van het schot is het allerbelangrijkst, maar als je de kans hebt dwing je haar ook nog naar haar backhand kant van het veld, zodat zij meer moeite krijgt met schieten.
    • Vanaf de boarding heeft zij een moeilijke hoek, dus dat is altijd goed.
    • Je drukt haar daarheen door je stick voor je uit te steken het veld in en een beetje schuin te staan.

Situatie 2 vs 2: Hoe verdedig je dan?

  1. Eén van onze twee speelsters voert bovenstaande uit; hierbij de 1 vs 1 regels toepassen. Dat is uiteraard onze speelster, wiens directe tegenstander de bal heeft.
  2. De ander houdt de focus op de 2e tegenstandster. Je hebt nog maar een half oog voor de bal, die 2e speelster is jouw taak. Je moet voortdurend naar die speelster blijven kijken, want zij gaat uiteraard lopen.
  3. Je kan ervoor kiezen om de pass naar haar toe te blokkeren, of het schot dat zij kan afvuren mocht ze de pass krijgen. Het hangt van de situatie af wat je moet doen.
  4. Of je nu kiest voor het blokkeren van de pass of het mogelijke schot, je staat altijd op je voorvoeten en een beetje laag, zodat je nog kan bijdraaien.

Hoe verdedig je de paal?

  1. Laag te zitten bij de achterste paal
  2. Maak altijd goede afspraken met je keeper.